COLUMNS:

Elke maand vraagt de Go For Your Dream Foundation aan verschillende mensen uit alle geledingen van de Nederlandse samenleving om een column te schrijven. Lees hieronder alle columns:

arrow

Karsu Dönmez


Een droom
close
Column:

Leeftijd: 14 jaar.
Locatie: m'n middelbare school.
Event: Open podium.

Het stuk was Chopin opus 34 nr 1.Vol ‘gefakete’ zelfvertrouwen liep ik het podium op. Weken had ik op het stuk gestudeerd en was de enige in de categorie 'Instrumentaal' die piano ging spelen. Ik had een blauw truitje aan met gehaakte bloemen erop. Je vraagt je af waarom ik je dat vertel? Wel, met traumatische herinneringen zijn meisjes denk ik degene die gekke details als deze zullen onthouden.

Ik begon, naar eigen mening natuurlijk, prachtig. Maar van de 45ste naar de 46ste maat ging het mis. Mijn pink schoot van de fis naar de g. Zeg maar van een zwarte noot naar een witte. Ik viel uit m'n wolk waar ik op dat moment op zweefde en hoorde ineens de helft van de zaal kletsen. Ik zag de gezichten van de jongens en meisjes in de zaal uit m'n klas die mijn pesten om mijn haar (krullen waren niet 'in') en mijn muzieksmaak. Ik zag dat ik door het gekke podiumlicht mijn bladmuziek niet goed meer kon lezen. Het zweet brak me los. Ik pakte m'n pianoboek en rende zo hard ik kon, zonder het stuk uit te spelen, van het podium af. Een halve gare applaus volgde. Ik wilde naar huis. En het liefst een week in m'n bed blijven totdat alle leerlingen het na een week vergeten waren. Maar wat die leerlingen niet wisten, was dat ik bleef. Want na mij werd een vrouw aangekondigd voor op het podium. Zij werd geïntroduceerd door de presentator als ‘de tweede beste zangeres van Nederland’. 'Who the hell beslist zoiets?!?' dacht ik achter in de coulisse, terwijl ik meteen ook door de gordijnen heen probeerde te kijken. Madame was aan de beurt. Na 3 minuten was ze klaar. Ze nam uitbundig haar buiging en liep richting mijn uitpuilende ogen door het gordijn. 'Wegwezen' dacht ik snel en rende naar buiten. Ze zong oké. Het was mooi. Maar... ik kon dat toch ook?

- Even naar het heden.
Nu ik er mijn werk van heb gemaakt kan het misschien arrogant klinken. 'Ik kan dat toch ook' Maar ja... ooit hebben Richard Krajicek, Linda de Mol en Celine Dion ook gedacht 'dat kan ik ook?' Terug in de tijd. Al schuiven we een jaar verder.

- 15 jaar oud was ik.
Locatie: Theater Meervaart.
Event: Open Podium van mijn middelbare school.

Het stuk was 'Foolish Games' van Jewel. Ik had me de pleuris geoefend. Vol gespaarde zelfvertrouwen van een jaar lang liep ik het podium op. Kleding: een bruin truitje met, ja, bloemen. Ik ging zitten achter de piano. Ik zuchtte diep. Trok de microfoon naar me toe (ik dacht nog, hoe dichtbij moet dat ding?). Nog nooit had ik in een microfoon gezongen. Zaal was stampvol, maar doodstil tijdens mijn optreden. Het ging werkelijk vlekkeloos. Ik kreeg een daverend applaus. Ik liep van het podium af en ineens voelde ik de adrenaline schieten door mijn lijf. ’O my god!!! Had ik dat echt gedaan!’

Twee uur verder: de prijsuitreiking. Categorie Instrumentaal (getrommel) de winnaar, ene Willem. Ah, jammer. Maar ik vond het wel superknap van mezelf! Let's go home. Dan categorie Vocaal (getrommel) winnaar…….. Karsu!.

'Wat? Nee dat kan niet', dacht ik, 'ik had me toch ingeschreven op categorie instrumentaal?'. 'Waar blijft ze' zegt de presentator. Ik werd door m'n leraar geschiedenis het podium op geduwd. M'n hoofd sloeg rood aan. Ik nam bibberend m'n prijs in ontvangst en luisterde naar het juryoordeel. 'Er zit een muziekcarrière voor haar in het verschiet' zei de juryvoorzitter.

23 jaar oud ben ik nu.
Locaties: verschillende landen: USA, Brazilië, Monaco, Turkije, Indonesië, Duitsland, Suriname, Engeland, België, Marokko, Kroatië, Monte Negro, etc.
Events: Carnegie Hall, North Sea Jazz Festival, Concertgebouw Amsterdam, Cemal Resit Rey zaal te Istanbul.
Kleding: Geweldige designers als Ronald Kolk, de Witte Koets, Sherry Hill, Jovani en Edwin Oudshoorn.

Ik schrijf en componeer mijn eigen liedjes, werk ze uit, zing en bespeel. Geniet nog steeds van het succes van mijn twee albums. Er zit natuurlijk veel in de 8 jaren ertussen. Ik beloop nog steeds een lange trap. Soms zet ik twee of drie stappen voorwaarts, maar val soms ook een paar naar beneden. Soms gaan dingen niet zoals ik wil. Soms duren dingen veel langer dan ik had gedacht. Het is niet makkelijk geweest om in mijn pubertijd, waarbij ik net als vele anderen ook onzeker was over alles wat ik deed, wat ik aanhad, wat ik zei, om in de picture te staan. Heb er ook veel voor moeten laten: feestjes, vakanties en leuke uitjes met vrienden. Ben wel heel snel volwassen geworden. Ging alleen met mensen om die een stuk ouder waren dan de 16/17 jaar dat ik was. Maar ik heb bijna 20 landen gezien voor mijn 23ste. Heb met superleuke muzikanten mogen samenwerken. Heb de meest geweldige jurken (inmiddels een fetisj geworden) aan mogen trekken. Heb op de grootste wolken gezweefd tijdens al mijn concerten. Heb voor bijzondere mensen mogen spelen, zoals Koningin Maxima, Prinses Beatrix tot aan President Bill Clinton. Er is een documentaire over mijn leven gemaakt ‘Karsu, I hide a secret’, dat tijdens IDFA is vertoond. Heb voor hele kleine groepen opgetreden, maar ook voor heeeeel veel mensen: meer dan 100.000 man op 5 mei in Zwolle! Er zijn veel mensen die (in deze economische tijden) best veel geld willen betalen om mijn CD of een concertkaartje te kopen. Daar ben ik het meest trots op. Trots op iedereen die mij hebben ondersteund. Daarin vooral mijn ouders die voor mij mijn eerste piano hebben gekocht. En mij hebben geleerd nooit op te geven en in mijzelf te geloven. En ….. ik denk dat ik het voor de eerste en laatste keer van m'n leven opschrijf: ik ben trots op mezelf dat ik nooit heb opgegeven en door ben gegaan, tot ik erbij neerval (maar dan wel in m'n mooiste jurk) hihi.

Karsu Dönmez
Zangeres en pianiste.
arrow

Andy Houtkamp


Dromen zijn geen bedrog
close
Column:


Als klein jongetje lag ik in mijn bed naar de radio te luisteren. De schimmige stemmen en af en toe krakende geluiden die uit mijn transistor kwamen waren als een spookhuis. Je wist niet wat er ging komen en je maakte je eigen beelden bij de stemmen. Alsof je een boek leest. Als ik toch ooit eens dat zou mogen doen, ging er door het hoofd van de toen 12 jarige radioreporter in de dop. Voetbal en honkbal waren de sporten waar ik zelf heel actief in was en waar ik zelfs tegen de top aan zat. Maar ertegenaan zitten is wat anders dan er zijn. En toen mijn droom van topsporter een droom bleef, ging ik op jacht naar mijn volgende droom.

Het wonder geschiedde, ik ging in mijn vrije tijd voor het mooiste sportprogramma van Nederland “Langs de lijn “ werken. Een droom kwam uit. Een droom die steeds mooier en mooier werd. Door RTL gevraagd om fulltime journalist te worden en zodoende alle voetbalstadions van binnen te mogen zien en tegelijkertijd de schimmige stem te worden die kleine jongetjes en grote mannen een beeld laten maken van sportwedstrijden.Ook 40 jaar nadat dat kleine jongetje in zijn bed met een transistor aan zijn oor lag te dromen, gaat het nog steeds verder. Elke week is genieten van het uitkomen van de droom. Vele duizenden jongetjes liggen nu nog steeds in hun bed te luisteren via Ipad of digitale radio naar schimmige stemmen. Dromend dat zij ook op de mooiste plaatsen in kolkende voetbalstadions mogen zitten. Helaas zijn velen geroepen en maar weinigen uitverkoren, maar als je blijft dromen dan komen ze heel soms uit. Kijk maar naar mij!

Andy Houtkamp
arrow

Anton Binnenmars


De vereniging staat centraal
close
Column:


Voor mij was en is er maar één sport: voetbal. Ik was al vanaf jongs af aan gek op het spelletje. Afkomstig uit het dorp Den Ham in de provincie Overijssel was het vanzelfsprekend dat ik lid werd van de plaatselijke blauwwitte trots: V.V. Den Ham. Ik begon in de E-pupillen. Omdat ik linksbenig, redelijk klein van stuk en rap was, werd ik al gauw linksbuiten neergezet. V.V. Den Ham was een echte vereniging. Met een aantal jongens vormden we een hecht team en zaten we veelal de hele zaterdag op de club. Eerst zelf een wedstrijd voetballen, daarna bij de hogere teams de wedstrijden bekijken en na de wedstrijd van het eerste elftal snel nog even het veld op om een balletje te trappen. Een onvergetelijke tijd. Zoals het befaamde nummer van Acda & De Munnik begint: zaterdag was de mooiste dag van de week.

Pas jaren later besefte ik de kracht van een vereniging als V.V. Den Ham. De vereniging was in mijn leven enorm belangrijk. Hier leerde ik belangrijke waarden als sportiviteit, saamhorigheid en gezelligheid kennen. Zodra je met je voetbaltas de hekken van het sportpark Rohorst op fietste, hoorde je er bij. Je was één van hen. Het was de plek waar mensen uit de hele omgeving elk weekend samen kwamen en samen streefden naar dat gemeenschappelijke doel. Ongeacht leeftijd, geslacht en afkomst, iedereen in het blauwwitte tenue hoorde erbij.

Als directeur van het amateurvoetbal van de KNVB ben ik vaak bij verenigingen aanwezig. Het doet me goed om dan te zien dat de vereniging nog steeds een belangrijke rol binnen de maatschappelijke omgeving vervult. Of het nou de kinderen zijn, die op hun kousen door de kantine heen rennen, de ouders die met een kop koffie nog even over de wedstrijd aan het napraten zijn of de oudere mannen aan hun vaste tafel in de kantine, die beweren dat vroeger altijd alles beter was, er is sprake van samenhorigheid. In de auto terug naar huis kom ik keer op keer tot de conclusie: voetbal is een uitstekend middel voor een sterkere en hechtere samenleving.

De KNVB wil deze rol van de verenigingen verder ontwikkelen. De afgelopen jaren heeft de bond zich sterk gemaakt voor de ontwikkeling van gezonde, gezellige en leefbare verenigingen. Zo proberen we verengingen ondersteuning te bieden waar het gaat om kennisontwikkeling, het werven van vrijwilligers en stimuleren we verenigingen om de blik naar buiten te richten. Op deze wijze kan de vereniging zich ontwikkelen tot een ‘open club’; het centrale middelpunt van de wijk of dorp en de stuwende kracht voor sociale verbinding, leefbaarheid en participatie van leden en niet-leden.

De maand juli is aangebroken. Normaal gesproken een rustige maand voor het voetbal. De verenigingen bereiden zich voor op het seizoen dat komen gaat, het gras heeft de tijd om te herstellen na een seizoen vol slidings, stiftjes en hakballetjes en de spelers kunnen hun spieren opladen voor het komende seizoen. Voor de KNVB wordt het een erg belangrijk seizoen. Zoals u wellicht weet hebben we in maart van dit jaar een actieplan gelanceerd ter bevordering van respect en sportiviteit op de voetbalvelden. In het actieplan staan een aantal maatregelen die vanaf komend seizoen van start gaan. De samenwerking met de verenigingen is hierin essentieel. Binnen de verengingen hebben leden de mogelijkheid afspraken te maken over aanvaardbaar gedrag en elkaar aan te spreken op onaanvaardbaar gedrag op en rond het voetbalveld. We vragen aan verenigingen maar ook aan de leden om deze verantwoordelijkheid te grijpen. Zodra je met elkaar in de kleedkamer zit en je voetbalschoenen aantrekt, ben je verantwoordelijk voor elkaar en voor jezelf. Ik heb de vurige wens, dat het na afloop van de wedstrijd dan in de kantine over het voetbal en de gespeelde wedstrijd gaat: de bal onderkant lat, dat stiftje over de keeper of wellicht die gigantische misser van de spits.

Anton Binnenmars
Directeur Amateurvoetbal Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond
arrow

Kirsten van der Kolk


Maak je dromen waar
close
Column:


Jarenlang speelde ik mee in de staatsloterij. Elke maand weer droomde ik over de jackpot en wat ik daar allemaal mee zou kunnen doen. Zelden won ik meer dan € 7,50. Dit jaar heb ik besloten te stoppen met de staatsloterij. Dromen is mooi, maar in plaats van afwachten of mijn droom ooit uitkomt, maak ik liever mijn dromen waar. Zo droomde ik ooit van de Olympische titel; het hoogst haalbare in mijn sport (roeien). Tijdens mijn tweede Olympische Spelen in Athene ( 2004) waren mijn roeimaatje en ik er dicht bij. We wonnen brons. Het was een geweldige race en we lieten geen steken vallen; de andere twee ploegen waren nog net een maatje te groot. Ik was ontzettend blij, maar toen op het podium het Roemeense volkslied voor de winnaars werd gespeeld, dacht ik toch ‘dat wil ik ook!’. Vier jaar later, in Beijing, werd het volkslied voor ons gespeeld.

Ongeveer tien jaar heb ik gedroomd. Het ene moment leek de droom realistischer dan het andere moment. De nodige teleurstellingen en tegenslagen zijn voorbijgekomen, zowel sportief als privé. Mijn doorzettingsvermogen is behoorlijk op de proef gesteld. Mijn droom en mijn ambitie zorgden ervoor dat de tegenslagen geen afhaakmomenten werden, maar leermomenten. Alleen door fouten te maken, kun je leren hoe je je dromen moet realiseren. Hoe langer ik met mijn droom bezig was, hoe beter ik mijzelf leerde kennen en wist wat ik moest doen om mijn doel te bereiken. En dus ook wat ik niet moest doen. Je hebt ervaring nodig. Het was daarom niet vreemd dat ik drie Spelen nodig had om goud te winnen.

En dromen moet je ook delen. Door die van mij te uiten, kon ik ook mijn laatste traject naar mijn gouden medaille afleggen. Want je hebt anderen nodig om je droom te verwezenlijken: familie, vrienden, collega’s of mensen die ‘toevallig’ op je pad komen. Dat kan mentale steun zijn, maar ook praktische hulp. Na Athene heb ik bijvoorbeeld een dochter gekregen. Mijn familie en vrienden hebben mij op weg naar Beijing enorm geholpen door op haar te passen als ik weer eens op trainingskamp was. Of de steun van collega’s die mijn werk overnamen toen ik alleen nog maar met roeien bezig was. En uiteraard had ik de goede roeipartner nodig. ‘Toevallig’ waren wij een hele goede match.

Sinds een paar maanden coach ik de Nederlandse dames twee-zonder. Zij deelden met mij hun droom: Eén van de twee zag de Engelse dames twee-zonder Olympisch goud winnen in Londen en dacht: ‘dat wil ik ook’. En door die droom te delen, fiets ik nu langs de kant mee en probeer hen hun droom te helpen verwezenlijken. Maar voor het zover is, zullen nog de nodige tegenslagen langs komen en het doorzettingsvermogen getest.

En dan zal ik ze vertellen: Als je écht wat wilt, kan het. Je moet er alleen wel wat voor doen.

Kirsten van der Kolk
Ex roeister Olympisch Team
Sportjournalist
arrow

Marc Lammers


Tsjah, waarom eigenlijk
close
Column:


Juist in deze tijden moeten we ons onderscheiden. En als eerste beginnen we dan te zoeken naar slimme oplossingen. We doen een beroep op ons IQ, onze intelligentie om te zoeken naar de unieke aanpak. Al gauw merken we dat het meeste al uitgevonden is, waarna onze zoektocht doorgaat in de richting van ‘een goed gevoel’. We gaan aan de slag met het EQ van ons en de mensen om ons heen. Onze emotionele intelligentie.Dan komen we in de buurt van klantgerichtheid, doelgroep marketing, beleving, loyaliteit of de menselijke maat. Intussen weten we, dat daarvan de grenzen in zicht zijn. Nog beter presteren dan goed, het valt niet mee. Je klant kennen, weten wat hem of haar beweegt, het is een wetenschap geworden.Daarom voeg ik aan uw IQ en EQ graag één dimensie toe: SQ. Spirituele intelligentie, de benadering waar we het nog steeds afleggen tegen onze Oosterse opponenten. Spirituele intelligentie vergt een flexibele geest en zelfbewustzijn. Waarom doe ik wat ik doe? SQ is in hoge mate afhankelijk van de mate waarin je onafhankelijk durft te denken en te zijn. Dan zie je dwarsverbanden, dan heb je antwoord op ‘waarom’, in plaats van op ‘hoe’ en ‘wat’. Dan weet je waarom je moet rennen, zoals in dit filmpje:http://www.youtube.com/watch?v=1ths8n5ujQEMet vriendelijke sportgroeten,

Marc Lammers
Bondscoach Belgische Heren Hockeyteam
arrow

Evert-Jan Hulshof


Andre Agassi, plezier hebben en project Tenniskids
close
Column:


Met enige verbazing las ik enige tijd geleden in zijn biografie dat Andre Agassi tennis niet leuk vond. Sterker nog, hij haatte het, mede door de Spartaanse opvoeding van zijn vader. Agassi, één van ’s werelds beste en meest populaire tennisser aller tijden. Iemand die als één van de weinigen alle vier de Grand Slams wist te winnen tijdens zijn carrière, in zijn eentje veel kleur aan de sport gaf (letterlijk en figuurlijk) en duizenden mensen inspireerde om ook een racket op te pakken.

Hoe kun je jarenlang iets zó goed doen, wat je diep van binnen helemaal niet leuk vindt? Ik vond het maar moeilijk om te geloven. Gelukkig las ik enige tijd later ook een ander citaat van Agassi. Het ging over hoe tennissen op de baan symbool staat voor je leven buiten de baan. Veel belangrijke levenslessen, die je als kind en volwassene moet leren, heeft Agassi op de tennisbaan geleerd. Omgaan met druk, tegenslagen overwinnen, menselijke verhoudingen inschatten, ergens vol voor gaan, de lat hoog leggen, zelf je keuzes maken etc.

De Nederlandse tennistalenten van nu leren ook deze lessen. Zij trainen dagelijks om hun dromen te verwezenlijken, met hun ouders en begeleiders vaak letterlijk en figuurlijk naast de baan. Het gaat met ups en downs en er komt veel op de talenten af. Maar ik zie ook veel plezier op de baan en dat doet me goed.

Toch kunnen we niet op onze lauweren rusten. Het kan altijd beter, want ook in Nederland hebben we nog steeds te maken met ouders en trainers, die sportende kinderen een veel te grote druk opleggen, zoals in het geval van Agassi. Daarom is ‘plezier’ voor ons één van de belangrijke pijlers in onze opleidingstrajecten. Het project Tenniskids voor onze jongste tennissers is daar een goed en succesvol voorbeeld van. Spelenderwijs maken deze kinderen op een leuke en leerzame manier kennis met de tennissport.

Onze jongste tennisjeugd legt hun weg naar de tennisbaan talloze keren af. Zij kennen Agassi als toptennisser wellicht niet eens, hooguit van een paar historische beelden. De helden van toen hebben inmiddels plaatsgemaakt voor nieuwe helden. Tennishelden, die onze kinderen op hun beurt weer laten dromen van successen. Misschien lukt het ze, maar misschien ook niet. Als onze tennisjeugd van nu, later maar wel kan zeggen, dat ze altijd met plezier op de tennisbaan gestaan hebben en daar veel levenslessen hebben geleerd. Gezien de manier waarop steeds meer tennisleraren bezig zijn met de begeleiding van de talentjes én hun ouders, zie ik dat met vertrouwen tegemoet.

En mocht u of ik tenslotte ooit nog eens Agassi tegen het lijf lopen, laten we hem dan vooral bedanken voor het plezier dat wij allemaal aan hem hebben beleefd.

Inmiddels doen al 30 sportbonden mee aan het programma ‘Naar een veiliger sportklimaat’. Ik heb er het volste vertrouwen in, dat we de komende jaren samen een nog prettiger en veiliger sportklimaat kunnen realiseren.

Met vriendelijke sportgroeten,

Evert-Jan Hulshof
Algemeen directeur Koninklijke Nederlandse Tennisbond ( KNLTB )
arrow

André Bolhuis


Naar een veiliger sportklimaat: Stimulering van gewenst gedrag en aanpak van ongewenst gedrag in de sport
close
Column:


Sport is leuk om te doen en levert prachtige momenten op. Maar de mooie emoties die bij sport horen, kunnen ook omslaan in onsportief of ongewenst gedrag. Iedereen kent de voorbeelden wel: de sporter, die te agressief speelt, de scheidsrechter, die belaagd wordt, ouders, die te fanatiek reageren en de bestuurder, die niet durft in te grijpen. Met enige regelmaat lees ik in de media over dergelijke excessen.

De sportbonden en NOC*NSF vinden dat iedereen een leven lang moet kunnen genieten van sport. Daarom gaan we samen met verenigingen ervoor zorgen dat ieder individu zich veilig en prettig voelt in de sport en zichzelf kan zijn.

Op 21 november 2011 was ik aanwezig bij de officiële presentatie van het programma ‘Naar een veiliger sportklimaat’ door minister Schippers van het ministerie van VWS. Het programma is opgezet om gewenst gedrag te stimuleren en ongewenst gedrag in en rondom sport aan te pakken.

De essentie van het programma is dat iedereen binnen de sportvereniging zich bewust wordt van zijn of haar gedrag op en rond het veld. Alleen dan kunnen we met z’n allen werken aan gedragsverandering op en rond het veld. Daarvoor worden tot en met 2014 zo’n 150 theatervoorstellingen georganiseerd voor vrijwilligers bij sportclubs: bestuursleden, trainers, scheidsrechters, commissieleden en coördinatoren. De volgende stap is het binnen de sportvereniging bespreekbaar maken van wat men onder gewenst en ongewenst gedrag verstaat en dat men hiermee ook daadwerkelijk aan de slag gaat. Met name sportbestuurders vervullen hierin een belangrijke rol.

Vanuit het programma worden uiteenlopende cursussen aangeboden om sportbestuurders, trainers, coaches, begeleiders, scheidsrechters en officials te faciliteren om vanuit hun eigen rol een bijdrage te leveren aan het creëren van een veiliger sportklimaat.

Bij echte excessen kiest de sportsector voor een harde aanpak met een landelijke insteek. Zo gaan we de komende jaren werken aan een sport breed protocol voor de aanpak van excessen. Binnen de sport zal samenhang tussen de strafmaat bij excessen ontstaan en komt er een sport breed strafsysteem voor excessieve overtredingen door topsporters. Ook komt er een sport breed registratiesysteem voor langdurige of permanente uitsluitingen. Binnen elke sporttak wordt via het tuchtrecht opgetreden tegen excessen. Aanscherping van de snelheid, de procedures en de strafmaat van tuchtrecht helpt excessen nog beter aan te pakken.

Inmiddels doen al 30 sportbonden mee aan het programma ‘Naar een veiliger sportklimaat’. Ik heb er het volste vertrouwen in, dat we de komende jaren samen een nog prettiger en veiliger sportklimaat kunnen realiseren.

André Bolhuis
Voorzitter NOC*NSF
arrow

Johan Wakkie


Sportief besturen
close
Column:


“Scheidsrechters haken af door spelverruwing”;

“Ouders geven vaak zelf het verkeerde voorbeeld”;

“Het meest schokkende vind ik hoe ouders naar scheidsrechters reageren”.

Maar ook, “het is maar een kleine groep” en “met een goed gesprek kom je er wel uit”.

Een aantal quotes uit de media in het kader van gedrag op en rond de sportvelden. Sportiviteit en respect in de sport is een actueel onderwerp. Sportbonden en politiek proberen de negatieve trend te keren en de mindset te beïnvloeden. In april 2011 heeft minister Schippers van het ministerie van VWS haar plan ‘Naar een Veiliger sportklimaat’ ingediend. Het plan bevat een aantal onderdelen om met name in de repressieve sfeer het geweld en de excessen op en rond het veld aan te pakken. Gelukkig besteedt het plan ook aandacht aan de preventieve mogelijkheden, die de sport heeft om Sportiviteit & Respect, zoals de KNHB ruim 10 jaar geleden deze problematiek heeft benoemd, gestalte laten krijgen.

Allereerst is sport natuurlijk vooral leuk en daarom uitermate geschikt om mensen bereid te maken een extra stapje te zetten om werkelijk iets te doen aan de sfeer voor, tijdens en na de wedstrijd. Daarnaast is een belangrijke les geweest uit de Sportiviteit & Respect (S&R) campagne, die de KNHB in 2002 is gestart, dat S&R het beste bespreekbaar wordt, wanneer met elkaar aan de voorkant wordt vastgesteld wat je wel of niet ‘normaal gedrag’ vindt. Gedragscodes die van internet worden geplukt en vervolgens op de muur worden gehangen, hebben totaal geen effect. Samen discussiëren, toetsen, je eigen benaderingswijze als vereniging kiezen, dat werkt.

In het project ‘Naar een veiliger sportklimaat’ wordt onder andere aan bestuurders van sportverenigingen de module sportief besturen aangeboden. Met deze module willen we S&R niet alleen een poster aan de muur van het verenigingsgebouw laten zijn, maar een onderdeel van het gedrag en beleid van bestuurders. De goede sfeer in de vereniging bewaken als uitgangspunt van het beleid van een bestuurder.

Van ouders wordt gezegd en verwacht dat ze het goede voorbeeld geven, maar dat geldt eigenlijk ook voor de bestuurder. Hoe treed je op, wanneer een speler tijdens een wedstrijd uit het veld gestuurd wordt en aan de rand van het veld blijft staan schelden. Jij staat erbij als bestuurder. Welke rollen heb je als bestuurder, de voorbeeldrol: persoonlijk het goede voorbeeld geven; de weerbaarheidsrol: problemen zorgvuldig en consistent aanpakken; de beleids- en procesrol: S&R intrinsiek onderdeel beleid; en de communicatierol: betrokkenen blijven informeren over belang van S&R.

KNVB en KNWU zijn al gestart met het aanbieden van de module aan bestuurders, deze maand gaat de KNHB ook starten.

Bestuurders als voortrekker in het terugbrengen en behouden van S&R op de sportvelden. S&R, dat doe je samen.

Johan Wakkie
Koninklijke Nederlandse Hockeybond en voorzitter van het Jeugdsportfonds
arrow

Mohammed Allach


Maatschappelijke Verantwoorde Sporters
close
Column:


De afgelopen twintig jaar heeft de voetbalsport zich in meerdere opzichten spectaculair en razend snel ontwikkeld. Het is van de marge verschoven naar het centrum van de samenleving en heeft zich ontwikkeld tot een breed geaccepteerd verschijnsel. Buiten het feit, dat de betekenis van voetbal door uitgaven aan de voetballerij door consumenten, overheden en bedrijfsleven als bedrijfstak is toegenomen, dienen wij ervoor te waken, dat voetbal niet alleen als commercieel amusement wordt gezien. Natuurlijk kunnen wij trots zijn op de spectaculaire stijging van zendtijd op tv en radio met hoge waarderingscijfers en kijkdichtheid, volle stadions en een toename van goed opgeleide profvoetballers en de professionalisering van onze stadions.

Wij kunnen echter ook trots zijn op het feit dat er in het voetbal een toename heeft plaatsgevonden van actieve en passieve beoefenaars. Het collectief gevoel, dat onze samenleving zich steeds verder individualiseert, zien wij niet terug in de behoefte om deel uit te maken van een vereniging.

Uiteraard zijn er problemen binnen het verenigingsleven om vrijwilligers te werven en wordt er steeds een groter beroep gedaan op die kleine groep trouwe vrijwilligers. Het is één van de belangrijkste taken van de KNVB om hier structureel en duurzaam beleid op te ontwikkelen en nu alvast na te denken over hoe de voetbalvereniging er in 2020 uit kan gaan zien.

De afgelopen maanden ben ik bewust een tour gaan maken langs verschillende amateurverenigingen. Ik wilde weer een bepaald verenigingsgevoel beleven, nadat ik ruim 16 jaar in het profvoetbal heb gewerkt. Ruim 10 amateurclubs heb ik op basis van grootte, locatie en samenstelling geselecteerd en anoniem bezocht. De één wat beter georganiseerd dan de ander, maar allemaal hadden ze één ding gemeen, namelijk een collectieve geluksbeleving van kinderen, die voetballen. Of er nu wel of geen prikbord hangt met competitiestanden en wedstrijdtijden, er een hartelijk ontvangst plaatsvindt in de bestuurskamer, oud of jong achter de bar staat, er sprake is van parkeergelegenheid en iedereen in de zelfde kleur broekjes en sokken speelt. Ik positioneerde mij voornamelijk op drie locaties, namelijk aan de bar, langs het speelveld en/of tribune. En alleen maar kijken naar alle bewegingen, die er plaatsvinden. Links in de hoek een stel oudere heren, die kaarten, bij de balie kinderen met een euro in de hand en voordringen om een zakje snoep te kopen of als het middag is een lekker patatje of broodje bestellen, op een mooie tribune ouders horen discussiëren over politiek en de school van de kinderen, trainers die in mooie sponsorjassen trots langs de kant staan en klassieke armbewegingen maken, die lijken op aanwijzingen, vaders die hier en daar hun voetbal inhoudelijke mening op verschillende manieren verbaal en non verbaal ventileren, de vrijwilliger, die met een kruiwagen met zand de gaten langs een speelveld repareren en hun ongenoegen uitspreken over zogenaamde konijnen of was het een mollenplaag, KNVB scheidsrechters in een mooi zwart pak of moeders, die met een oud trainerspak of dure Lacoste kleding een jeugdwedstrijd leiden, er mooie wedstrijd en programma boekjes op tafel liggen, trotse eerste elftal spelers de kantine binnen lopen en zich een beetje koning en beroemd voelen.

Ik kom bewust terug op die voetballende kinderen en alle inspanningen, die wij dienen te verrichten om het allemaal mogelijk te maken. Het verenigingsleven is voor mij heel erg belangrijk geweest. Ik kom uit een klassiek migratiegezin en heb d.m.v. het verenigingsleven geleerd afspraken te maken en na te komen, te leren streven naar een gemeenschappelijk doel, te communiceren, te bewegen en samen te werken met mijn teamgenoten. Het gaf mijn kinderleven een waardevolle tijdsbesteding en beleving. Het is de basis geweest om uiteindelijk met mijn talent in het betaald voetbal terecht te komen en in volle stadions het fantastische spel te spelen.

Als oud betaald voetballer ben ik blij met het feit, dat steeds meer betaald voetbal organisaties zich maatschappelijk inzetten en inzien dat er meer is dan alleen voetbal. Vanuit de KNVB en stichting ‘Meer dan voetbal’ worden BVO’s gestimuleerd om ambities te tonen en een optimistische toekomstvisie te ontwikkelen op het gebied van maatschappelijk ondernemen. Een visie, die zich baseert op de waarden, die het voetbal in Nederland groot hebben gemaakt; toegankelijkheid, gelijkwaardigheid, herkenbaarheid, democratie en identificatie. Eén van de belangrijkste doelen van een betaald voetbal organisatie is het afgeven van een signaal, dat voetbal voor ons allemaal is. Niet alleen vanuit de behoefte om seizoenkaarten te verkopen, sponsoren te verleiden of gemeenschapsgelden te gebruiken voor accommodatieverbeteringen.

Tegen deze achtergrond en met de ambitie om een bijdrage te leveren aan een dergelijke toekomst- visie is het van belang, dat wij de nieuwe generatie profvoetballers opleiden tot Maatschappelijk Verantwoorde Sporters. De nieuwe generatie, die een bijdrage wil leveren aan de toekomst van het voetballen in Nederland en haar supporters en overige doelgroepen specifiek. De zogenaamde succes verhalen en feitelijke betekenis van voetbal voor mens en maatschappij vertalen naar visie en beleid t.a.v. het opleiden van jeugd in de context van het betaald voetbal.

Laat ik het bovenstaande eens reduceren en vertalen naar de volgende interessante vragen die ons uitdagen tot creatieve en ambitieuze antwoorden:

Hoe vergroten wij het bewustzijn van een toekomstige profvoetballer en ben je niet alleen maar een topsporter bij de gratie van de breedtesport (lees verenigingsleven), supporters, bestuurders, media en overige stakeholders die Topsport mogelijk maken?

Hoe creëer je balans in enerzijds het presteren als sporter en anderzijds de sociaal maatschappelijke, culturele, economische en emotionele verplichtingen van voetballers ten opzichte van (verborgen) wensen van bovenstaande doelgroepen en wat wordt er nou toch bedoeld met het feit, dat mensen zich met topsporters identificeren en dat identificatie niet alleen maar samenhangt met de kwaliteit en prestaties van de sportieve uitvoering? Wat moeten wij als betaald voetbal organisaties doen om die sportieve, communicatieve, commerciële en maatschappelijke verplichtingen in acceptabele en hanteerbare druk om te zetten?

Heerlijk om te constateren dat ik in mijn huidige functie als Technisch manager van de KNVB me kan bezig houden met het beantwoorden van bovenstaande vragen en gevoelsmatig de topsporter en breedtesporter in mij kan bevredigen.

Mohammed Allach
Technisch Manager KNVB
Ex directeur FC Twente en RKC
arrow

Jack van Gelder


Normen en Waarden
close
Column:


Soms vraag ik mij af of het aan mij ligt of aan de maatschappij, die steeds meer verhardt en niveau- loos wordt. Zijn we gek geworden.

Ik ben opgegroeid in een tijd, waarin politie, scheidrechters en leraren op school gerespecteerd werden. Uiteraard zochten we toen ook de grenzen van het toelaatbare op maar er was geen ruimte voor oeverloze discussies. Was het beter toen? Moeilijk te zeggen, maar het was wel duidelijker.

Steeds vaker hoor ik mensen om mij heen zeggen, dat wij weer terug moeten naar een maatschappij waarin normen en waarden normaal zijn, maar dat gaat niet van de ene op de andere dag. Als je een willekeurige krant op een willekeurige dag openslaat, staan er berichten in, die je als je mee doet aan de normvervaging niet eens meer opvallen. Hulpverleners die worden aangevallen, een Sinterklaas, die met stenen wordt bekogeld, een supporter van 77, die in coma wordt geschopt, hooligans, die politieagenten zo in het nauw drijven, dat er waarschuwingsschoten moeten worden gelost, tientallen overvallen op winkeliers, bejaarden, gehandicapten, die worden beroofd, homostellen, die geterroriseerd worden in eigen buurt, een neonazistisch Monopolyspel en ga zo maar door.

Ik word er doodziek van en ben er klaar mee. Voorpagina’s schreeuwen om keiharde aanpak van voetbalhooligans en daar ben ik het uiteraard volledig mee eens, maar het probleem is veel complexer. Zolang wij de misstanden in het dagelijkse leven niet aanpakken, is het probleem op en rond de voetbalvelden slechts een (uitermate vervelend) detail en toch kan de sport, zoals zo vaak, een voorbeeldfunctie vervullen. Sport kan zo nu en dan verbroederen en de druk van de ketel halen. De vergrootglasfunctie van met name voetbal is opmerkelijk. Waarom zijn er veel takken van sport, waarbij de beslissingen van arbiters niet worden aangevochten en wordt er bij het voetbal over ieder moment gediscussieerd? Misschien wel omdat, voetbal de belangrijkste bijzaak in het leven is. Wij houden ervan om te blijven kibbelen over wel of geen buitenspel, wel of geen bewuste doodschop en wel of geen bal over de doellijn. Zolang het daarbij om meningsverschillen gaat is het allemaal niet erg, maar het loopt nu geregeld uit de hand. Vooral het opgefokte gedrag van trainers en spelers zorgt ervoor, dat de vonk overspringt naar de tribunes en daar moeten we van af.

Respect is meer dan een term, respect moet in je zitten en als dat nog niet zo is, moeten we er met zijn allen hard aan werken om wat dat betreft terug te gaan in de tijd. Is helemaal niet erg. Niet alleen de toekomst is zaligmakend. Laten we een voorbeeld nemen aan de rugbyers die elkaar tijdens de wedstrijd met een enorme inzet bestrijden, maar waar de verliezers na afloop van de “slachtpartij” de winnaars met een applaus door een erehaag van het veld laten gaan. Het “spelletje” is afgelopen en nu is er tijd voor bier.

We moeten opkomen voor onze rechten en weten wat wel en niet kan en mag. Als we daar allemaal van doordrongen zijn, komt het allemaal wel goed. We beschikken inmiddels in Nederland over een groep jonge, talentvolle scheidsrechters. Als iedereen zich op of om het veld weer normaal gaat gedragen, zal de aanwas van scheidsrechters weer gaan toenemen.

“Goed gedaan, scheids”, is heerlijk om te horen en te zeggen.

Jack van Gelder
Presentator Studio Voetbal
NOS
arrow

Edu Jansing


Spelregels
close
Column:


Ik weet niet hoe ze het hebben uitgevogeld, maar op 31 oktober ging er ergens een lampje branden en waren er volgens de tellers 7 miljard mensen op de wereld. Toen ik veertig jaar geleden werd geboren was dat nog niet eens de helft. Geloof maar dat het op sommige plekken op onze aardbol echt dringen geblazen is. De wereld wordt geteisterd door bloedige conflicten, maar als je er goed over nadenkt, is het een wonder dat men elkaar niet op veel grotere schaal de hersens inslaat. De mens slaagt er vanaf de oertijd in om – al zij het met enige moeite -samen te leven. Of je nu naar een indianenstam in de Amazone kijkt of op de beursvloer van Wall Street, er geldt een algemeen aanvaarde code over hoe men met elkaar omgaat. In de sport noemen we dat spelregels.

Zonder spelregels geen competitie. Laatst heb ik met veel plezier gekeken naar de finale van het WK Rugby, een sport waarvan ik de spelregels eerlijk gezegd niet eens volledig ken. Indrukwekkend, vanaf de traditionele haka van de Nieuw-Zeelandse ploeg tot en met het eindsignaal. Soms hoorde ik de botten bijna kraken, om vlak daarna weer verrast te worden door tactische acties, waarvan de schoonheid deed denken aan Maradona, Van Basten of Zidane in hun beste jaren. Maar wat mij vooral opviel was, dat er te midden van het fysieke spel van deze spelers van soms beestachtige afmetingen (enkelen leken zo te zijn weggelopen van de filmset van the Lord of the Ring) een heilig ontzag heerste voor de scheidsrechter.

Vroeger gold dit ook voor mijn sport, voetbal. Dat is helaas geen vanzelfsprekendheid meer. Ieder weekeind wordt er ergens op een Nederlands voetbalveld wel een scheidsrechter belaagd door spelers of publiek. Voetbal, bij uitstek de sport waar alle lagen van de bevolking samenkomen, is een graadmeter voor onze maatschappij. Als mensen op het voetbalveld geen respect tonen voor elkaar en zich niet aan de spelregels houden, dan kun je ervan uitgaan, dat ze zich in het dagelijkse bestaan ook niet voorbeeldig gedragen. Wat dat betreft valt er nog veel te leren van rugby. Ze zeggen wel eens: rugby is een sport voor schoften gespeeld door heren, voetbal is een sport voor heren gespeeld door schoften…!

Sportief gedrag op het veld en respect voor anderen is noodzakelijk voor allen, die plezier beleven aan voetbal. Dat geldt trouwens ook buiten het veld: het gedrag van voetbalsupporters draagt in hoge mate bij aan het imago van het voetbal. Stichting ‘Meer dan Voetbal’ is partner van het programma ‘Sportiviteit en Respect’, waarmee de voetbalorganisaties hun verantwoordelijkheid nemen voor de bestrijding van ongewenst gedrag binnen de eigen sport. Uiteindelijk kan het voetbal een aansprekende voorbeeldfunctie vervullen voor andere sporten, voor gedrag op scholen, in openbaar vervoer en op straat. Maar dat gaat niet vanzelf. Laten we wat vaker naar rugby kijken. Dan vraag ik wel aan iemand om mij de spelregels uit te leggen.

Edu Jansing
Directeur Stichting Meer dan Voetbal
arrow

Elsemieke Havenga


Overspel
close
Column:


Heb je ooit een voetbalwedstrijd van het Nederlands elftal of van een eredivisieclub gezien, waarbij de bal niet werd overgespeeld aan een medespeler, waarbij je stiekem het gevoel zou kunnen hebben, dat de speler dat niet deed, omdat zijn medespeler een andere huidskleur heeft of van een andere komaf is? Wesley Sneijder, die de bal niet passt op Elia?? Nou, ik niet. Ik zie natuurlijk wel af en toe een domme pass, of een egoïst. Had die bal dan afgespeeld, dan stond de medespeler vrij voor het goal… Ook herken ik wel eens zo’n moment, dat een speler denkt: ‘ als ik die bal aan hem geef dan wordt het niets, ik kan hem beter niet afspelen. Ik zoek een andere oplossing’.

Ik kom uit de hockeysport, heb inmiddels al even geleden ( in de jaren 80 ) in het Nederlands vrouwen hockeyteam gespeeld. In de tien jaar dat ik voor Nederland uit mocht komen, wilde ik maar een ding: winnen! Dat is aardig gelukt: 4 x wereldkampioen, één keer Europees kampioen en het hoogtepunt: Olympisch kampioen in 1984. Hockey is een witte sport, zeker in die tijd. Het begint gelukkig een beetje te veranderen, maar bij ons waren de tegenstellingen er ook. De zuiderlingen, zeg maar beneden de rivieren, en de westerlingen. Daarbij ben je in een nationaal team, misschien meer bij vrouwen trouwens, wel meer dan bij mannen, niet allemaal vriendinnen. Maar omdat je allemaal het zelfde doel hebt, ben je in het veld helemaal niet bezig met aan wie je die bal geeft. Je doet dit intuïtief, omdat je weet dat je de bal speelt, die je op dat moment moet spelen. Alleen als je in je ooghoeken hebt gezien, dat dit misschien de minste speler is van je team, dan besluit je wellicht anders. Niet goed, maar zo gaat het soms. Uiteindelijk gaat het om het resultaat, want je wil winnen: kampioen worden, en in een teamsport is er maar een manier om dat te bereiken…met z’n allen. Daarom is teamsport, en voetbal in het bijzonder zo’n geweldig voorbeeld van de optimale integratie: het maakt niet uit hoe je heet, hoe je eruit ziet of waar je vandaan komt: Je wordt gewaardeerd op wat je kan, en je telt volwaardig mee.

Nederlandse vertegenwoordigende teams vervullen hierin een belangrijke rol. Van der Vaart, Sneijder, van der Wiel, Boulahrouz, Affelay, Elia, noem ze maar op; zij zijn helden en daarmee rolmodellen voor de vaderlandse jeugd. Ze laten zien, dat het heel normaal is, dat je met elkaar speelt en elkaar de bal geeft. Zij denken daar helemaal niet meer over na. Zo zou het altijd moeten zijn: op het veld maar ook op straat. Voor mij is het bijvoorbeeld ook heel normaal, dat ik in ons dorp met Patrick Kluivert sta te praten, dat het helemaal niet boeit dat hij donker is. Ik zie het niet eens. En dat heeft niets te maken met, dat hij een goede voetballer is geweest, het heeft te maken met het feit, dat ik Patrick een leuke kerel vind. Ooit hebben we moeite gedaan om elkaar een beetje te leren kennen, en dat kwam door sport.

Het voorbeeld van de top dient als inspiratiebron voor alle breedtesporters in ons land. Integratie wordt door sport, en zeker teamsport opeens heel natuurlijk. Daarom moet iedereen van mij iets aan sport doen. Investeren in sport levert zoveel op: nieuwe banden en contacten, gezonde mensen en ook ooit weer nieuwe voetbalhelden: Nederlanders met verschillende achtergronden, waar we met z’n allen voor kunnen juichen als ze de bal naar elkaar overspelen. En oh ja, geen wedstrijd zonder scheidsrechters, dus wees zuinig op hen!

Elsemieke Havenga
arrow

Louk Burgers


close
Column:


Minstens drie keer per week fiets ik in Den Haag vanuit Marlot — soms schertsend “de kan niet op omgeving” genoemd — naar ons kantoor in Moerwijk: één van de krachtwijken uit het Vogelaarprogramma.

Die fietstocht door de verschillende werelden blijft inspireren, fascineren, maar bovenal ook attenderen. Wijzen op en bewust worden van de noodzaak bruggen te bouwen, mensen met elkaar in contact te brengen en letterlijk de werelden te verbinden.

Het is daarom dat ik het initiatief van Serdar zo van harte ondersteun en helemaal omdat het over sport, passie en potentie gaat.

Sport omdat ik als ex tophockeyer heilig geloof in de kracht van sport en de sportclub als buurthuis van de toekomst en daarom met “de Sportbank” ben begonnen.

Passie omdat mensen zoals Serdar gepassioneerd zijn, op het hart kunnen landen en met hun markante kop en charisma een voorbeeld zijn.

Potentie omdat ieder mens boordevol met talenten zit, met mogelijkheden.

Zo zei mijn grote mentor Prof Arnold Cornelis altijd: “Als een mens de mogelijkheid niet ziet bestaat die mogelijkheid niet.”

Het is daarom dat we elkaar de kansen en mogelijkheden moeten tonen.

Een mooier voorbeeld dan Serdar weet ik zo even niet..

Louk Burgers
initiatiefnemer, leider van “De Sportbank”
arrow

Mark van Rijswijk


close
Column:


Voor een voetbalcommentator zijn een goede stem en liefde voor voetbal essentieel. Maar net zo belangrijk is voldoende kennis over voetbal te hebben. Weten waar je het over hebt, is de basis van alles. En “kennis” is in mijn ogen ook belangrijk in alle zaken waar Sport-Connecting-Us voor staat.

Als je je dromen waar wilt maken heb je allereerst kennis nodig. Dromen waarmaken begint namelijk met precies weten wat je dromen zijn. En vervolgens weten wat je zelf kan. Niet voor niets is één van de pijlers in het programma van Serdar “Activeren”: weten waar je kracht ligt. Pas als je weet wat je kunt (en misschien wel nog belangrijker: wat je niet kunt) kun je gaan beginnen om je dromen en ambities na te streven.

Ik heb er altijd van gedroomd om werkzaam te zijn in de voetballerij, in eerste instantie natuurlijk als profvoetballer. Maar als snel ontdekte ik, dat ik nooit profvoetballer zou worden. Niet genoeg kwaliteit. Punt uit. Maar een droom stopt niet bij tegenslag. Weten wat je niet kunt, is pas het begin. Ik bleek namelijk een aangename stem voor radio- en tv-commentaar te hebben. Zo kon ik mijn droom alsnog waarmaken. Nu kan ik niks bedenken, dat ik liever zou doen dan voetbalcommentator zijn. Wekelijks zit ik op de beste plaatsen in het stadion en ik kom gratis bij alle wedstrijden in de eredivisie. Sterker nog: ik word er voor betaald!

Ook ben ik de afgelopen jaren in onder andere Berlijn, Istanbul, Lissabon en Liverpool geweest om commentaar te geven bij voetbalwedstrijden. Omdat ik wist wat ik wilde en ook wist, dat ik dat maar op één manier kon bereiken. Niet door zelf te gaan voetballen, maar door er zoveel mogelijk over te weten en er volgens over te praten. Je moet eerst je dromen leren kennen en vervolgens ontdekken hoe jij die het beste waar kan maken. Is het niet als voetballer, dan bijvoorbeeld als commentator of scheidsrechter.

Een ander belangrijk onderdeel in ‘Sport-Connecting-Us’ is respect. En ook respect begint met kennis. Weten wie de ander is en waar de ander voor staat. En simpelweg weten, waar je het over hebt. De spelregels kennen. Te vaak wordt er kritiek geleverd op een scheidsrechter, die gewoon de spelregels goed heeft toegepast.

Een voorbeeld hiervan is, als een speler het speelveld verlaat om nieuwe schoenen aan te trekken. Hij mag dan pas terug in het veld komen als het spel stil ligt. Dus niet zoals bij een blessurebehandeling tijdens het spel op een teken van de scheidsrechter. Maar spelers weten dit vaak niet en reageren boos naar de vierde official. “Waarom mag ik er niet in?” Ze maken heftige gebaren en zoeken contact met de scheids. Vaak worden ook trainers boos en uiteraard laat het publiek van zich horen. Dan wordt een overtreding gemaakt, de scheids fluit en gebaart meteen dat de speler het veld weer in mag. Dit doet de speler hoofdschuddend. Waarom ziet die scheids het nu pas? Een fluitconcert volgt. Terwijl de scheidsrechter keurig de regels heeft toegepast, maar niemand die regels goed genoeg kent. Gebrek aan kennis leidt tot onbegrip. En onbegrip leidt vaak tot een gebrek aan respect.

En dan nog kan het mis gaan. Een commentator gaat iedere wedstrijd wel een keer in de fout. Met een verspreking of het noemen van een verkeerde naam. Dat kan niet anders als je 90 minuten moet praten. En ook een scheidsrechter gaat tijdens een wedstrijd onherroepelijk een keer de mist in. Dat moet wel, als je zoveel beslissingen neemt. Dan moet je het accepteren en verder gaan. En het belangrijkste: er van leren. Zodat je volgende keer over net wat meer kennis beschikt om die fout niet meer te maken.

Dus ontdek wat je wil. Weet wat je kunt. Leer van je fouten. En maak je dromen waar!

Mark van Rijswijk
Commentator bij Eredivisie Live & Columnist in Metro krant.
arrow

Jolanda Hogewind


Dromen en zelfontplooiing
close
Column:


"Juf, ik wil profscheidsrechter worden", zegt Muhammet als hij bij mij op gesprek komt. "Ik hoorde, dat Serdar Gözübüyük bij ons op school komt. Ik wil er graag bij zijn, want hij is mijn idool. Mag dat?" Zeker, dat mag, graag zelfs.

Muhammet is zestien jaar, heeft twee scheidsrechters diploma’s op zak, die hij bij ons tijdens de verlengende schooldag heeft gehaald. Hij fluit wekelijks wedstrijden van junioren. Ik ben als directeur echt onder de indruk en trots op deze leerling. Veel leerlingen hebben nog aardig wat moeite met het verwezenlijken van hun dromen. Dromen vervagen bij leerlingen door allerlei, vaak denkbeeldige, ‘problemen’ en ‘bezwaren’. Om te blijven dromen en je doel vast te houden is lef nodig, doorzettingsvermogen en discipline. Dat leren wij hen binnen ons onderwijsprogramma. ‘Sport-Connecting-Us’ en heel veel andere externe partijen helpen ons hierbij. Externe partners maken vaak veel los bij onze leerlingen. Zij geven de extra één op één aandacht, die nodig is en waar wij als school niet altijd tijd voor hebben.

Als directeur van mijn school voel ik mij bovenal verantwoordelijk voor de toekomst van de leerlingen. Wat gaan ze later doen, waar komen ze terecht? Een plek, die echt bij ze past, dat is mijn ideaal. Het Calvijn met Junior College is een vmbo-school voor basis- en kaderberoepsgerichte leerweg, die de leerlingen binnen de school ook opleidt voor een mbo2 startkwalificatie. Wij bieden een doorlopende leer- en ontwikkellijn aan, waarin hun persoonlijke dromen werkelijkheid mogen worden.

Van al onze leerlingen maken we actieve burgers. We stimuleren ze om zelf de regie over hun eigen loopbaan te nemen. Het betekent voor ons als school maatwerk leveren, contact maken van mens tot mens en de dialoog aangaan. We bieden een competentiegerichte leeromgeving met goede begeleiding. De leerling komt binnen en kan al veel, dat is ons uitgangspunt (en niet wat hij of zij nog niet kan). Voor het toekomstige beroep en een volwaardige plek in de maatschappij worden de persoonlijke competenties verder ontwikkeld en nieuwe ontdekt.

Serdar Gözübüyük sluit met zijn programma naadloos aan bij de ambities van het Calvijn met Junior College. Serdar is voor onze leerlingen een rolmodel, hij confronteert ze met zijn persoonlijke achtergrond en levensverhaal. Door herkenning ontstaat er al snel een open sfeer in zijn lessen. Dit moedigt de leerlingen aan zelf vrijuit te dromen over wat ze later willen zijn: advocaat, docent, professioneel danser, wereldkampioen kickbokser, schoonheidsspecialist, kapper, enzovoort.

Er zijn ook leerlingen die nog geen toekomstdroom hebben, en gaandeweg beseffen dat zij geen doel hebben in hun leven. Voor hen is het vaak lastig de discipline op te brengen om te leren. Het is de kunst ook deze leerlingen intrinsiek gemotiveerd te krijgen en ze te laten ontdekken wat hun persoonlijke droom is. Vanuit een doelgericht toekomstbeeld begint de verdere zelfontplooiing. Aan dit proces besteden we veel aandacht; verbeelden, doelen stellen, doelen verwezenlijken, reflecteren op het leerproces en tot slot (niet onbelangrijk) incasseren. Dit is topsport, iedere dag opnieuw.

Jolanda Hogewind
Directeur Calvijn met Junior College

Voor meer informatie:
www.calvijnmetjuniorcollege.nl
arrow

René Temmink


Respect
close
Column:


Met dit stukje wil ik graag de aftrap geven voor de column op de site van Serdar Gözübüyük. Omdat wij elkaar kennen vanuit de arbitrage trap ik af met een column over respect, iets wat ook heel belangrijk is voor Serdar. Ik schrijf deze column kijkend met een schuin oog naar de sport, waar respect nogal eens ver te zoeken is.

Respect, bijna iedereen kent het woord en heeft daar een beeld bij. Respect is toch rekening houden met anderen, eerbied en waardering hebben voor de prestaties of vaardigheden van een ander. Sportwedstrijden willen we toch allemaal op een sportieve wijze spelen, met respect. In de sport begint dit met het respect hebben en het accepteren van de gemaakte afspraken zoals het spel gespeeld moet worden. Dit zijn gewoon de spelregels. Zelfs de UEFA heeft respect als belangrijk speerpunt genomen in hun beleid door het uit te dragen op de shirts en logo's bij hun evenementen. De UEFA president Michel Platini vertelde ooit "RESPECT IS A GLOBAL WORD THAT READILY UNDERSTOOD IN MANY LANGUAGES".

Sport brengt mensen dichter bij elkaar, maar is dat wel zo? Hoeveel wedstrijden worden er ieder weekend verpest, doordat mensen, vaak volwassen mensen, geen respect hebben voor elkaar. Hoeveel mensen komen er ieder weekend thuis, die onnodig geblesseerd zijn geraakt door hun tegenstander, omdat deze geen respect voor hem had. Maar veel te vaak tonen mensen geen respect voor de arbitrage, die vaak beslissingen neemt, omdat mensen geen respect voor elkaar hebben en hun irritaties willen uiten met een agressief gedrag. Maar gelukkig zien we ook een ommekeer in het gedrag. De bonden en clubs die optreden tegen deze 'sportende' mensen en deze mensen voor een lange tijd of voorgoed aan de zijlijn zet. In het begin van 2011 zou ik U allen het volgende willen meegeven. Sport met respect en met plezier en spreek andere mensen aan op hun gedrag. Laat respect niet alleen op posters of emblemen staan maar straal dit uit vanuit een goed sporthart.

Veel respect en sportplezier in 2011 en daarna.

Met vriendelijke sportgroet,

René Temmink
Directeur Autocity AVK Deventer